shutterstock_379699690web

Indien er geen onderliggende oorzaak voor de dunnevezelneuropathie wordt gevonden, zal de behandeling bestaan uit symptoombestrijding. Dit kan met behulp van medicijnen en/of door middel van pijnrevalidatie.

Er zijn drie groepen medicijnen die worden gebruikt voor de behandeling van de pijnklachten: antidepressiva (duloxetine, venlafaxine, amitriptyline, nortriptyline), anti-epileptica (gabapentine, pregabaline, carbamazepine) en opiaten (morfine-achtige medicijnen zoals oxycodon of tramadol). Bij lokale pijn kan tevens worden gekozen voor capsaïcine- of lidocaïnecrème.

Helaas geven de meeste medicijnen slechts gedeeltelijke pijnverlichting en hebben ze vaak hinderlijke bijwerkingen, zoals duizeligheid of slaperigheid. Het is belangrijk dat een medicijn rustig wordt opgebouwd en gedurende enkele weken in een voldoende hoge dosering wordt gebruikt. Pas dan kan worden beoordeeld of een medicijn wel of niet werkt.