Patiënten met een dunnevezelneuropathie op basis van een natriumkanaal-aandoening, hebben de afwijking in het DNA meestal van één van de ouders geërfd. Er is 50% kans op het doorgeven van de erfelijke afwijking aan een kind. Dit is een autosomaal dominante overerving. Hierbij maakt het geslacht niet uit.

De aandoening slaat geen generatie over. Iemand die de afwijking in het erfelijk materiaal niet heeft, geeft deze ook niet door.

Soms is de afwijking in het erfelijke materiaal nieuw ontstaan. De aandoening zal dan niet voorkomen bij ouders, broers of zussen. De afwijking hoeft niet bij iedereen tot dezelfde klachten te leiden. In sommige gevallen ontwikkelen mensen zelfs helemaal geen klachten.

erfelijkheid-500x700_blurred